Één en twintig dringende vragen.

Dongen, 19 oktober 2020. De steeds meer oplopende kosten in het sociale domein en met name de uitgaven voor de jeugdzorg door gemeenten lopen de spuigaten uit . De Dongense VVD verlangt in directe zin en met maar liefst 21 vragen aan het college van Dongen, antwoorden en duidelijkheid over mogelijk kwalijke praktijken in de zorgbranche. Uit recente berichten in de landelijke en regionale pers blijk dat er diverse bedrijven actief zijn die aanzienlijk veel verdienen in dit segment , soms door een bedenkelijke manier van zaken doen. De vragen spitsen zich toe op praktijken die gaande zijn waaruit bijvoorbeeld blijkt dat kosten die gemaakt zijn voor de aangeboden ‘zwaardere zorgarrangementen’ niet praktisch worden uitgevoerd toch doorberekend worden aan gemeenten. In de begeleidende tekst en vooraf gegaan aan de 21 vragen constateert fractievoorzitter Piet Brooijmans van de Dongense VVD dat in de afgelopen weken diverse artikelen zijn gepubliceerd in de media die gaan over de grote tekorten binnen de jeugdzorg. Deze artikelen waaronder het artikel van zaterdag 17 oktober in BN De Stem en het Brabants Dagblad en ook het artikel ‘Top verdienen aan jeugdzorg in Tilburg’ van Spanjer & Jongerius, zijn voor hem aanleiding geweest om opnieuw een aantal verhelderende en verdiepende vragen te stellen over dit thema. Ook heeft volgens Brooijmans breder overleg plaatsgevonden met andere fracties binnen de regio Hart van Brabant. Brooijmans gebruikt bij de vragenreeks niet specifiek het woord fraude bij deze branche, maar de vragen zijn veelzeggend en vragen direct om een duidelijk antwoord.

Uit de aangehaalde artikelen is duidelijk gebleken dat vooral kleine opkomende bedrijfjes op de markt komen om hulp te bieden voor kinderen die kampen met ‘lichte’ verschijnselen van ADHD en bijvoorbeeld dyslexie. Er wordt wel getwijfeld of de deskundigheid bij die aanbieders voldoende aanwezig is, maar het gebrek aan mankracht om hierop te controleren bij een gemeente is een van de handicaps daarbij. Deskundigen durven al te spreken over ‘zorgcowboys ‘ in de zorgbranche. Zij zien dat een aantal nieuwkomers op de zorgmarkt een snelle manier hebben gevonden om op een gemakkelijke manier vlug en veel geld te verdienen. Aanleiding en reden voor het stellen van de vragen is volgens Brooijmans een uitkomst van het kritisch kijken naar de eigen organisatie. “ Wij hechten groot belang aan een doelmatige en rechtmatige aanpak van de jeugdzorg in Hart van Brabant. De uitdagingen zijn complex. Naast Rijk en gemeenten hebben zorgaanbieders, medisch domein, onderwijs en ouders ook allemaal een rol “ . Het pakket aan vragen vanuit de VVD via het college heeft volgens Pieter Brooijmans als doel verdere verbeteringen te willen doorvoeren in de uitvoering van jeugdzorg in Hart van Brabant.

Dit zijn de vragen aan het college van B&W Dongen

  1. Bent u bekend met artikel Jeugdzorg diep in het rood uit BD en BNDeStem 17 oktober 2020?
  2. Bent u bekend met het artikel Top verdienen aan jeugdzorg in Tilburg afkomstig van FTM 17 oktober 2020?
  3. Hoe kan het zijn dat deze praktijken via de journalistiek aan het licht moeten komen?
  4. Eén van de in het artikel genoemde zorgaanbieders heeft €2,1 miljoen omzet en 22% winst. Kloppen deze gegevens? Wat vindt u hiervan?
  5. Een verklaring voor de sterk stijgende vraag naar jeugdzorg zou mede zijn het medicaliseren van opvoedingsproblemen. Klopt dit? Zo ja, waarom wordt niet ingegrepen op deze beweging van maatschappelijke aanpak naar het medisch domein?
  6. Bent u voornemens met de zorgaanbieders in gesprek te gaan om hieraan een einde te maken?
  7. Wat is de rol van de wet passend onderwijs in de ontstane tekorten binnen de jeugdzorg?
  8. Hoe komt het dat het medisch domein op zo’n grote schaal verwijst? Hoe vaak zijn ouders van tevoren al bij de gemeente geweest voor hulp en wellicht afgewezen?
  9. Er worden veelvuldig zwaardere zorgarrangementen in rekening gebracht terwijl ze niet als zodanig worden uitgevoerd. Bent u daarvan op de hoogte? Zo nee, gaat u nader onderzoek hiernaar uitvoeren? Zo ja, welke maatregelen gaat u hierin nemen?
  10. De tarieven voor arrangementen zijn vastgesteld en gebaseerd op onder meer gekwalificeerd personeel, maar in de praktijk wordt lager geschoold personeel ingezet. Klopt dit? Zo ja, welke maatregelen gaat u hierin nemen?
  11. De tarieven voor arrangementen zijn vastgesteld en gebaseerd op onder meer oefen- en trainingsfaciliteiten, terwijl veelvuldig gebruik gemaakt wordt van reeds door de gemeente gefinancierde accommodaties. Klopt dit? Zo ja, welke maatregelen gaat u hierin nemen?
  12. In veel gevallen diagnosticeert de huisarts, de jeugdarts of de medisch specialist een zorgvraag en verwijst door naar de zorgaanbieder die vervolgens het arrangement bepaalt. Klopt dit? Zo ja, wat vindt u van deze werkwijze?
  13. Bent u het met ons eens dat deze aanpak (vraag 17) heel veel ruimte biedt aan de zorgaanbieders om (financieel) aantrekkelijke arrangementen aan te bieden? Op welke wijze wordt dit proces gemonitord?
  14. Waarom is het structureel en nauwkeurig meten van resultaten nog niet mogelijk?
  15. In hoeverre is het niet te vanzelfsprekend geworden om hulp te krijgen, wat wordt er gedaan om ervoor te zorgen dat ouders zelf hun verantwoordelijkheid nemen en de vanzelfsprekendheid en legitimatie om tot ‘labelen’ over te gaan wordt tegengegaan?
  16. Hoeveel zorgaanbieders hebben één of meer bv’s in de organisatie?
  17. Wat vindt u ervan dat zorgaanbieders via bv-constructies de transparantie in de resultaten van de organisaties vertroebelen?
  18. In de artikelen wordt vermeld dat alle inzet tot meer preventie niet leidt tot een lagere zorgvraag. Klopt dit? Zo ja, wat is daarvan de reden, en, welke maatregelen gaat u nemen in het preventiebeleid om dit doel wel te realiseren?
  19. In hoeverre is er inzicht in de kostprijzen van de aanbieders?
  20. Er zijn zorgaanbieders die aangeven dat ze arrangementen eventueel kunnen aanbieden tegen een lagere vergoeding, maar dat dit vanwege vastgestelde tarieven niet mogelijk is. Klopt dit? Zo ja, wat gaat u met dit gegeven doen?
  21. Er wordt voor sommige arrangementen getwijfeld aan de doelmatigheid. Wat is daarop uw reactie?