Ere die ere toekomt.

Maak van de foto’s eventueel een dia -show.

Ik zal heel wat jaren in mijn gedachten terug moeten gaan om mij iets te herinneren van het jeugdkoor van de st Josephkerk.Graag wil ik met u terug gaan naar het jaar 1958 de 4e klas van de aloysiusschool.De onderwijzer voor deze klas was Broeder Viator, (Gerard Lathouwers) een vriendelijke ondernemende man met een goed hart waar ik met respect aan terug denk.Hij eiste van eenieder volle inzet en bekrachtigde dit weleens met de vlakke hand.De broeders hadden in de 50er jaren een zwarte dikke toog aan, in de 60er jaren werd er vaak een lange zwarte broek gedragen met een zwart overhemd en een wit boordje.Ze reden op een oma’s fiets en ik vroeg mij wel eens af of die lange zwarte kleding nou eens nooit tussen de kettingkast of de tappers zou komen vast te zitten.

Broeder Viator was zeer muzikaal en liet dat ook blijken door in de klas tijdens de muzieklessen te spelen op een harmonium, welke ( pompen met een voet op een blaasbalg) met lucht aangedreven werd .Door zangles te geven in verschillende klassen, wist hij een koor van perfecte zangers samen te stellen die dan lid werden van het St Joseph jongens koor.Een groot voordeel van het lidmaatschap van dit koor, garandeerde je natuurlijk van een goed cijfer op je rapport, een 9 was voor een zanger normaal en een 8 voor vlijt en gedrag.Elke maandagavond om 19.00 uur werd er in de kerk op het koor geoefend.Ook veel tijd besteedde hij aan het leren lezen van noten, hij had daar zelf voor ons een lesmethode voor gemaaktHet jongenskoor bestond uit maar liefst 30 a 40 knapen, welke verdeeld werd in sopranen en alten.Viator zelf bespeelde met volle overgave het kerkorgel.Elke zondagochtend werd er een mis gezongen en in de maand mei en oktober ’s middags het lof.Als klein manneke moest je de betonnen trappen oplopen om boven op het koor te komen.

Als ik er aan denk, ruik ik nog de betonlucht van deze toren en herinner ik mij nog zeer goed de smalle betonnen traptreetjes, daarom liep je heel dicht tegen de muur.Voor een klein manneke was dat vervelend om naar boven te lopen, bescherming ontbrak evenals een trapleuning.Ik herinner mij nog zeer goed de Gregoriaanse gezangen zoals Het Tantum Ergo, Alma redemptorist matrem, Adorote en nog vele andere liederen.In de vaste tijd stonden er liederen op het program als: Ik wil mij gaan vertroosten, O hoofd vol bloed en wonden, ik denk dat velen met mij hier met een soort van heimwee aan terug denken.H.Geest liederen: Geest die vuur en liefde zijt, en zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan.Bij hoogtij-en feestdagen werd er samen gezongen met het heren koor, de mis werd dat opgedragen met 3 Heren.(3 priesters)Vaak waren er gregoriaanse partituren die 6 stemmig waren , die het hele kerkgebouw deed trillen.Het was dan muisstil in de kerk en als je van het koor naar beneden keek, zag je de mensen vluchtig naar boven kijken om te zien waar dit geweldige geluid vandaan kwam.Repetities met het herenkoor werden altijd gedaan in café de Gouden Leeuw.Hier was meer ruimte dan op het koor in de kerk, en ’s winters was het er behaaglijker.Ik kan mij ook nog goed voor de geest halen de zeer bijzondere optredens met het jongenskoor op Overdonk.Waarom en waarvoor wij precies uitgenodigd waren is mij ontgaan, maar de mooi versierde paden in de tuin van Overdonk met bloemenstrooisel en gekleurd zaagsel in verschillende patronen gelegd, is mij nog zeer goed bijgebleven.

Tijdens zo’n processie werd er al lopend door de tuinen door het jongenskoor gezongen.Na afloop werden wij door de broeders van Overdonk getrakteerd op een flesje zelfgemaakte limonade en wat lekkernijen, voor toen een feestElk jaar organiseerde Broeder Viator een koorreisje door het land. Ik herinner mij nog zeer goed dat in 1958 de film van Bert Haanstra De Fanfare uitkwam.Hij was het die ons hier van liet genieten tijdens een van die koorreisje.Hij bestelde gewoon een grote bus en gezamenlijk reden we dan naar een dierentuin. Na afloop werd er meestal een grote speeltuin opgezocht waar iedereen zich kon uitleven.Boterhammen en een fles gele exota limonade (was meer zuurtjeswater) gewikkeld in een krant werd dan van thuis meegenomen in een boekentas.Voor een extraatje zoals een appel of snoep zorgde de broeder.Ik kan mij niet meer herinneren wat de contributie was, maar het stelde niet veel voor.Ik kan mij dan ook niet voorstellen dat zo’n reis daar van betaald werd.Vermoedelijk droeg hij daar flink zijn steentje aan bij.Het laatste jaar dat hij dirigent was van het koor en woonachtig was in Huize Glorieux te Dongen, organiseerde hij nog een kampweek naar Heemskerk in Noord Holland voor zijn koorleden.Met natuurlijk een veel te laat respect voor wat deze man betekend heeft voor het jongenskoor en voor de StJosephparochie denk ik en ik verwacht velen met waardering aan hem terug.Overgenomen uit het boek 1001 sint Joseph Blijft.

Piet Willemse